Dutch Word: bakken
English Meaning: to bake
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: bak, gebakken

Example Sentences:

Ze heeft een cake voor ons gebakken.
She has baked a cake for us.
[Show Details]
Ik hou van vers gebakken brood.
I like freshly-baked bread.
[Show Details]
Dit is een zelfgebakken cake.
This is a homemade cake.
[Show Details]
Ik bak mijn eigen brood.
I bake my own bread.
[Show Details]
Een gebakken ei bevat 100 calorieën.
One fried egg contains 100 calories.
[Show Details]