Dutch Word: dag
Plural: dagen
English Meaning: 1. goodbye 2. day
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Dit is een gedenkwaardige dag voor de hele wereld.
This is a memorable day for the whole world.
[Show Details]
Ze drinkt minstens 2 koppen koffie per dag.
She drinks at least 2 cups of coffee per day.
[Show Details]
Het was de hele dag bitterkoud.
It was bitterly cold for the whole day.
[Show Details]
U moet dit medicijn drie keer per dag innemen.
You have to take this medicine three times a day.
[Show Details]
Een appel per dag houdt de dokter uit huis.
An apple a day keeps the doctor away.
[Show Details]
Ik vraag me vaak af of ik op een dag beroemd zal zijn.
I often wonder, whether I will be famous one day.
[Show Details]
"Dag meisjes, tot morgen!", zei hij en knipoogde.
"Bye girls, see you tomorrow!", he said and winked.
[Show Details]