Dutch Word: doen
English Meaning: to do
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: deden, deed, doe, doet, gedaan, werkt

Example Sentences:

Raad eens wat ik dit weekend heb gedaan?
Guess what I did this weekend?
[Show Details]
Wat ik gedaan heb, was totaal ongepast.
What I did was totally inappropriate.
[Show Details]
Zou je me een plezier willen doen?
Could you do me a favour?
[Show Details]
Wat doe je voor werk?
What is your occupation?
[Show Details]
Wat kan ik voor je doen?
What can I do for you?
[Show Details]
Hij doet wat hij wil ongeacht wat zijn ouders zeggen.
He does what he wants regardless of what his parents say.
[Show Details]
Wat je ook doet, ik steun je.
Whatever you do, I will support you.
[Show Details]