Dutch Word: zullen
English Meaning: could, should, will, shall
Listen to Word:

Play Sound
Word Forms: zou, zal, zouden, zul, zult

Example Sentences:

Zou je me een plezier willen doen?
Could you do me a favour?
[Show Details]
Zou je het bad vol kunnen laten lopen?
Could you run me a bath please?
[Show Details]
Ik zou hem mijn excuus moeten aanbieden.
I should offer him my apologies.
[Show Details]
Ik zal met hem praten.
I will speak to him.
[Show Details]
Ooit zou hij in Japan willen wonen.
One day he would like to live in Japan.
[Show Details]
Ik zal dit tot op de bodem uitzoeken.
I will get to the bottom of this.
[Show Details]
Ik zal het niemand zeggen.
I will not tell anybody.
[Show Details]