Dutch Word: hebben
English Meaning: to have
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: gehad, had, hadden, heb, hebt, heeft

Example Sentences:

Hij heeft dorst.
He is thirsty.
[Show Details]
Raad eens wat ik dit weekend heb gedaan?
Guess what I did this weekend?
[Show Details]
Hij heeft een nieuwe auto gekocht.
He bought a new car.
[Show Details]
Ik heb nu veel honger.
I'm very hungry now.
[Show Details]
Iemand heeft mijn fiets gestolen.
Somebody stole my bicycle.
[Show Details]
Gisteren heeft hij zijn paspoort verlengd.
He renewed his passport yesterday.
[Show Details]
Ik heb een video geüpload die uitlegt hoe het werkt.
I have uploaded a video which explains how it works.
[Show Details]