Dutch Word: kunnen
English Meaning: can, could, to be able to
Listen to Word:

Play Sound
Word Forms: kunt, kan, kun, kon, konden

Example Sentences:

Maar een paar mensen kunnen deze taal spreken.
Only a few people can speak this language.
[Show Details]
Sommige mensen geven wel kritiek, maar kunnen geen kritiek ontvangen.
Some people can dish it out, but can not take it.
[Show Details]
Je kan de bewijzen niet negeren.
You can't ignore the evidence.
[Show Details]
Ik kan niet geloven dat ik dit mezelf aandoe.
I can't believe I'm doing this to myself.
[Show Details]
Ik kom zo vroeg als ik kan naar huis.
I'll come home as early as I can.
[Show Details]
Ik kan hier niet mee omgaan.
I can't deal with this.
[Show Details]
Kan jij mij alsjeblieft helpen?
Can you help me out please?
[Show Details]