Dutch Word: kopen
English Meaning: to buy
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: gekocht, kocht, koop, koopt

Example Sentences:

Hij heeft een nieuwe auto gekocht.
He bought a new car.
[Show Details]
Ik zou graag een ticket willen kopen voor de eerstvolgende vlucht naar München.
I would like to buy a ticket for the next flight to Munich.
[Show Details]
Ik wil graag een strippenkaart kopen.
I would like to buy a strip ticket.
[Show Details]
Hij kocht een ring voor zijn vriendin.
He bought a ring for his girlfriend.
[Show Details]
Gisteren was ik in de computerzaak om een nieuwe scanner te kopen.
Yesterday I went to the computer shop to buy a new scanner.
[Show Details]
Om tijd te besparen, kocht hij zijn diploma via het internet.
To save time he bought his diploma through the Internet.
[Show Details]
Vorige week heb ik een nieuwe digitale camera gekocht.
Last week I bought a new digital camera.
[Show Details]