Dutch Word: op
English Meaning: at, to, on, for, in, up
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Op dit moment kijk ik televisie.
I'm watching TV at the moment.
[Show Details]
Ik leer veel op de universiteit.
I learn a lot at the university.
[Show Details]
Iedereen heeft recht op een eigen mening.
Everyone is entitled to their own opinion.
[Show Details]
Ben je nog steeds boos op me?
Are you still angry with me?
[Show Details]
Op hun huwelijksreis vlogen ze naar Italië.
On their honeymoon they flew to Italy.
[Show Details]
De inhoud van dit boek staat op bladzijde een.
The content of this book is on page one.
[Show Details]
Ik zal dit tot op de bodem uitzoeken.
I will get to the bottom of this.
[Show Details]