Dutch Word: de naam
Plural: namen
English Meaning: name
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Kun je je zijn naam nog herinneren?
Do you remember what his name is?
[Show Details]
Kan je je zijn naam herinneren?
Can you remember his name?
[Show Details]
De baby heeft nog geen naam.
The baby doesn't have a name yet.
[Show Details]