Dutch Word: de euro
Plural: euro's
English Meaning: euro
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Deze pizza kost 5 euro.
This pizza costs 5 Euro.
[Show Details]
Mijn budget voor het kopen van een huis is 130.000 euro.
My budget to buy a house is 130,000 USD.
[Show Details]
De huur van dit huisje bedraagt 500 euro per week.
A week's rental of this cottage costs 500 Euro.
[Show Details]
Het bedrijf voorspelt een winst van 58.000 euro's.
The company is forecasting a profit of 58.000 Euros.
[Show Details]