Dutch Word: wassen
English Meaning: to wash
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: wast

Example Sentences:

Hij wast altijd zijn handen voor het eten.
He always washes his hands before eating.
[Show Details]
Waar kan ik mijn handen wassen?
Where can I wash my hands?
[Show Details]
Ze wast haar gezicht tweemaal per dag.
She washes her face twice a day.
[Show Details]