Dutch Word: jouw
English Meaning: your
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Het is niet jouw schuld.
It is not your fault.
[Show Details]
Het is jouw beurt.
It's your turn.
[Show Details]
Ik geloof dat jouw idee hem wel bevalt!
I think he likes your idea!
[Show Details]
Wat is vanaf hier de kortste weg naar jouw huis?
What is the shortest way from here to your house?
[Show Details]
Door middel van de instellingen kun je het programma aan jouw behoeften aanpassen.
In the settings you can customise the program according to your requirements.
[Show Details]
Is dat jouw zus die daar staat? Ja, dat is mijn zus.
Is that your sister over there? Yes, that's she.
[Show Details]
Hou op je daar zorgen over te maken - het is niet jouw probleem.
Stop worrying about that - it isn't your problem.
[Show Details]