Dutch Word: eten
English Meaning: to eat
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: at, eet, gegeten

Example Sentences:

Deze paddenstoel is giftig, je kunt hem niet eten!
This mushroom is poisonous, you can't eat it!
[Show Details]
Hij moest worden opgenomen in het ziekenhuis na het eten van bedorven voedsel.
He was admitted to a hospital after he had eaten bad food.
[Show Details]
Op zondag eet ik altijd een ei als ontbijt.
On Sundays, I always have an egg for breakfast.
[Show Details]
Oesters kunnen gekookt of ongekookt gegeten worden.
Oysters can be eaten cooked or uncooked.
[Show Details]
Wil je lamsvlees eten? Nee, ik ben vegetariër.
Would you like to eat lamb? No, I'm a vegetarian.
[Show Details]
Je kunt wel zien dat hij liever taart dan salades eet!
You can tell that he prefers cakes to salads!
[Show Details]
Met Kerstmis eten wij altijd eend.
We always have duck for Christmas.
[Show Details]