Dutch Word: dat
English Meaning: that
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Dat is niet toegestaan.
That is not allowed.
[Show Details]
De politie bevestigde vandaag dat 30 mensen waren omgekomen bij een aanslag met een autobom.
Today the police confirmed that 30 people were killed in a car bomb attack.
[Show Details]
Zij denkt dat iedereen die in God gelooft bijgelovig is.
She thinks that anybody who believes in God is superstitious.
[Show Details]
Ik ben dikker geworden sinds de laatste keer dat jij mij zag.
I have put on weight since the last time you saw me.
[Show Details]
Wanneer heb je dat besloten?
When did you decide that?
[Show Details]
Het belangrijkste is dat je van je fouten leert.
The most important thing is that you learn from your mistakes.
[Show Details]
Stoort dat je?
Does that bother you?
[Show Details]