Dutch Word: ons
English Meaning: 1. our 2. us
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Er zijn acht planeten in ons zonnestelsel.
There are 8 planets in our solar system.
[Show Details]
Ze heeft een cake voor ons gebakken.
She has baked a cake for us.
[Show Details]
Heb je zin om op ons barbecuefeest te komen?
Would you like to come to our barbecue party?
[Show Details]
Samen zal het ons lukken.
Together we can do it.
[Show Details]
Ons zoontje heeft al veel belangstelling voor de natuurwetenschappen.
Our little son is already very interested in science.
[Show Details]
Ik denk dat we ons nu geen vakantie kunnen veroorloven.
I think that we can't afford a holiday for now.
[Show Details]
Dit onderwerp wordt momenteel door ons besproken.
We are currently discussing this matter.
[Show Details]