Dutch Word: spreken
English Meaning: to speak
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: gesproken, sprak, spraken, spreek, spreekt

Example Sentences:

Ik spreek Italiaans.
I speak Italian.
[Show Details]
Hij spreekt maar een beetje Nederlands.
He only speaks a little Dutch.
[Show Details]
Spreek je Nederlands?
Do you speak Dutch?
[Show Details]
Spreek je Engels?
Do you speak English?
[Show Details]
Maar een paar mensen kunnen deze taal spreken.
Only a few people can speak this language.
[Show Details]
Spreek alsjeblieft langzaam!
Speak slowly, please!
[Show Details]
Kunt u langzamer spreken alstublieft?
Please speak more slowly.
[Show Details]