Dutch Word: haten
English Meaning: to hate
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: haat

Example Sentences:

Ik haat het als de film wordt onderbroken door reclames.
I hate it when the movie is interrupted by adverts.
[Show Details]
Ik weet niet zeker of ik van Londen houd of dat ik het haat, het is waarschijnlijk een haat-liefde verhouding.
I'm not sure I love or hate London, it's probably a case of a love-hate relationship.
[Show Details]
Wat haat ik deze broeierige zomeravonden!
How I hate these sultry summer evenings!
[Show Details]
Ik haat het als mijn ouders ruzie maken.
I hate to see my parents argue.
[Show Details]
Ze haat geweren.
She hates guns.
[Show Details]