Dutch Word: haar
English Meaning: her
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Hij is haar ex-man.
He is her ex-husband.
[Show Details]
Zij geeft toe dat de roem haar naar het hoofd is gestegen.
She admits fame has gone to her head.
[Show Details]
Sinds ze een breedbeeld televisie heeft, is haar leven weer zinvol.
Since she bought a widescreen TV, her life has become meaningful again.
[Show Details]
Ze heeft haar haar rood geverfd.
She has dyed her hair red.
[Show Details]
Het is haar droom om arme mensen in Afrika te helpen.
Her dream is to help poor people in Africa.
[Show Details]
Ze wil de rest van haar leven in Nieuw-Zeeland doorbrengen.
She wants to spend the rest of her life in New Zealand.
[Show Details]
Ik ben haar telefoonnummer vergeten.
I've forgotten her telephone number.
[Show Details]