Dutch Word: aan
English Meaning: to, on
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Hij voldoet niet aan de eisen voor deze baan.
He doesn't have the necessary qualification for this job.
[Show Details]
Hij schreef een lange brief aan zijn vrouw.
He wrote a long letter to his wife.
[Show Details]
Ik kan deze druk niet meer aan.
I can't cope with this pressure anymore.
[Show Details]
Er is een schip zichtbaar aan de horizon.
A ship is visible on the horizon.
[Show Details]
Hij lijdt aan een zeldzame ziekte.
He suffers from a rare disease.
[Show Details]
Ik las in de krant dat er een walvis is aangespoeld aan de Britse kust.
I read in the newspaper that a whale was stranded on the west coast.
[Show Details]
Heb je die diamant gezien aan haar ringvinger?
Did you see the diamond on her ring finger?
[Show Details]