Dutch Word: de man
Plural: mannen
English Meaning: 1. man 2. husband
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Hij is een gevaarlijk man.
He is a dangerous man.
[Show Details]
Ze legt elk jaar bloemen op het graf van haar man.
Every year she puts flowers on the grave of her husband.
[Show Details]
De oude man heeft een lange baard.
The old man has a long beard.
[Show Details]
In verband met deze misdaad is een man aangehouden.
A man was arrested in connection with this crime.
[Show Details]
Een onderzoek heeft aangetoond dat vrouwen hun intelligentie onderwaarderen, terwijl mannen het tegenovergestelde doen.
A study found that women underestimate their intelligence, while men overestimate theirs.
[Show Details]
De strijd duurde drie dagen en kostte aan 50.000 mannen het leven.
The battle lasted for 3 days and claimed the lives of 50,000 men.
[Show Details]
Een man heeft niet meer dan 3 paar schoenen nodig.
A man has no need for more than 3 pairs of shoes.
[Show Details]