Dutch Word: uitgaan
English Meaning: to go out
Listen to Word:

Play Sound
Word Forms: uitgaat

Example Sentences:

Ze maakt zich altijd op voordat ze uitgaat.
She always puts on her make-up before going out.
[Show Details]
Laten we vanavond uitgaan en een beetje plezier maken!
Let's go out tonight and have some fun!
[Show Details]
Wil je een keer met me uitgaan?
Do you want to go out on a date with me?
[Show Details]
Hij zal waarschijnlijk snel het huis uitgaan.
He'll probably move out soon.
[Show Details]

Related Words:

uit

1. from 2. out 3. off

Here: out

[Show Details]
gaan

to go

[Show Details]