Dutch Word: om
English Meaning: to, about, on
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Hij heeft niemand om te vertrouwen.
He has nobody to confide in.
[Show Details]
Helaas heb ik geen tijd om je te helpen.
Unfortunately I don't have time to help you.
[Show Details]
Het is zijn droom om ooit met dolfijnen te zwemmen.
His dream is to swim with dolphins once.
[Show Details]
Het is hier verboden om de duiven te voeren.
It is forbidden to feed the pigeons here.
[Show Details]
Hij geeft niets om zijn gezondheid.
He doesn't care about his health.
[Show Details]
Het is haar droom om arme mensen in Afrika te helpen.
Her dream is to help poor people in Africa.
[Show Details]
Vind je het leuk om in Den Haag te wonen?
Do you enjoy living in The Hague?
[Show Details]