Dutch Word: de auto
Plural: auto's
English Meaning: car
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Deze auto is erg snel.
This car is very fast.
[Show Details]
De auto is rood.
The car is red.
[Show Details]
Hij heeft een nieuwe auto gekocht.
He bought a new car.
[Show Details]
Zij overleed gisteren, 20 uur nadat zij opgenomen was in het ziekenhuis, na een auto ongeluk.
She passed away yesterday, 20 hours after she was admitted into hospital following a car crash.
[Show Details]
De auto is zijn lust en leven.
The car is his pride and joy.
[Show Details]
Waar kan ik een auto huren?
Where can I hire a car?
[Show Details]
Vanwege dichte mist ontstond een botsing waarbij veel auto's betrokken waren.
Because of dense fog a collision of many cars took place.
[Show Details]