Dutch Word: de prijs
Plural: prijzen
English Meaning: 1. price, charge, fare 2. prize
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Sinds het bedrijf de prijzen heeft verhoogd, is de omzet drastisch gedaald.
Since the firm increased prices, the turnover dropped drastically.
[Show Details]
Je kunt beter een prijs afspreken voor je in de taxi stapt.
It's better to agree to a price before getting into a taxi.
[Show Details]
Tot acht uur zijn alle drankjes voor de halve prijs.
Drinks are half price until 8 o'clock.
[Show Details]
De prijs van deze flat is onlangs verlaagd.
The price of this flat has just been reduced.
[Show Details]
Helaas moeten we de prijzen verhogen.
Unfortunately we can't avoid raising prices.
[Show Details]
Ik haal altijd het prijskaartje van een cadeau af.
I always remove the price tag from a gift.
[Show Details]
De plotselinge stijging in aandelenprijzen heeft economen verrast.
The sudden rise in share prices has surprised economists.
[Show Details]