Dutch Word: de politieman
Plural: politiemannen
English Meaning: policeman
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

"Hoe oud ben je?" vroeg de politieman. "Veertien," zei de jongen.
"How old are you?" asked the policeman. "Fourteen," said the boy.
[Show Details]
De politieman droeg een kogelvrij vest.
The policeman was wearing a bullet-proof vest.
[Show Details]
Mijn vader is politieman.
My father is a policeman.
[Show Details]
De politieman zei tegen de jongen dat hij geen afval op de grond moet gooien.
The policeman told the boy not to drop litter.
[Show Details]
De politieman beval hem uit het voertuig te komen.
The policeman told him to step out of the vehicle.
[Show Details]

Related Words:

de politie

police

[Show Details]
de man

1. man 2. husband

Here: man

[Show Details]