Dutch Word: kort
English Meaning: short
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: korte, korter, kortste

Example Sentences:

Wat is vanaf hier de kortste weg naar jouw huis?
What is the shortest way from here to your house?
[Show Details]
We hadden bijna geen benzine meer, en kort daarna stopte de auto.
We only had little petrol left, and shortly after that the car stopped.
[Show Details]
Kort nadat ik ontbeten had, reed ik naar de stad.
I had breakfast, and shortly afterwards I drove into town.
[Show Details]
Ik doe altijd een autogordel om voor de veiligheid, ook voor korte ritjes.
For security I always put on a seatbelt, even for short journeys.
[Show Details]
Het leven is te kort, dus geniet ervan.
Life is too short to be anything but happy.
[Show Details]
Ik sta sinds kort onder veel stress.
I'm under a lot of stress at the moment.
[Show Details]
Het leven is kort.
Life is short.
[Show Details]