Dutch Word: liegen
English Meaning: to lie, to tell a lie
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: gelogen, liegt, loog

Example Sentences:

Het interesseert me niet wat jij zegt, jij liegt toch.
I do not care what you say, you are just lying.
[Show Details]
Sommige details in zijn sollicitatie waren gelogen.
Some details in his application were made-up.
[Show Details]
Hij loog overduidelijk.
He obviously lied.
[Show Details]
Heb je weer tegen me gelogen?
You lied to me again?
[Show Details]
Hij heeft tegen de politie gelogen.
He lied to the police.
[Show Details]
George bleef volhouden dat hij niet heeft gelogen.
George was adamant that he didn't lie.
[Show Details]
Je had niet moeten liegen.
You should not have lied.
[Show Details]