Dutch Word: zeggen
English Meaning: to say, to tell
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: gezegd, zeg, zegt, zei

Example Sentences:

Het interesseert me niet wat jij zegt, jij liegt toch.
I do not care what you say, you are just lying.
[Show Details]
Hij doet wat hij wil ongeacht wat zijn ouders zeggen.
He does what he wants regardless of what his parents say.
[Show Details]
Kan je het nog een keer zeggen.
Please say it again.
[Show Details]
Hoe zeg je dat in het Nederlands?
How do you say that in Dutch?
[Show Details]
Zeg alsjeblieft ja.
Please say yes.
[Show Details]
Ik zal het niemand zeggen.
I will not tell anybody.
[Show Details]
Kunt u me zeggen waar het gemeentehuis is?
Can you tell me where the town hall is?
[Show Details]