Dutch Word: het paard
Plural: paarden
English Meaning: horse
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Een gegeven paard kijk je niet in de bek.
Don't look a gift horse in the mouth.
[Show Details]
Zij droomt ervan ooit een paard te bezitten
She dreams of owning a horse one day.
[Show Details]
Bij elkaar hebben we achttien paarden op onze boerderij.
In total, we have eighteen horses on our farm.
[Show Details]
Kun je paardrijden?
Can you ride a horse?
[Show Details]