Dutch Word: zien
English Meaning: to see
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: gezien, zag, zagen, zie, ziet

Example Sentences:

Ik ben dikker geworden sinds de laatste keer dat jij mij zag.
I have put on weight since the last time you saw me.
[Show Details]
Ik heb hem lang niet gezien.
I have not seen him in ages.
[Show Details]
Hoe gaat het met je? Ik heb je lang niet gezien.
How are you? I haven't seen you for a long time.
[Show Details]
Ik begrijp niet wat ze in hem ziet.
I don't understand what she sees in him.
[Show Details]
Ik heb dit rapport al gezien.
I've already seen this report.
[Show Details]
Heb je die diamant gezien aan haar ringvinger?
Did you see the diamond on her ring finger?
[Show Details]
Vanaf de top van de berg kan je de hele omgeving zien.
From the top of the mountain you can see all the surrounding area.
[Show Details]