Dutch Word: het uur
Plural: uren
English Meaning: hour
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Zij overleed gisteren, 20 uur nadat zij opgenomen was in het ziekenhuis, na een auto ongeluk.
She passed away yesterday, 20 hours after she was admitted into hospital following a car crash.
[Show Details]
Ik breng vaak vele uren door achter mijn computer.
I often spend long hours in front of the computer.
[Show Details]
Het vliegtuig steeg een half uur te laat op.
The plane took off half an hour late.
[Show Details]
Ik sta om 7 uur op.
I get up at 7 o'clock.
[Show Details]
Ik heb een afspraak bij de tandarts om twee uur.
I've got an appointment at 2 o'clock at the dentist.
[Show Details]
Twee uur na het ongeluk kwam hij weer bij bewustzijn.
He regained consciousness 2 hours after the accident.
[Show Details]
Ik heb vannacht maar vijf uur geslapen.
I only slept for 5 hours last night.
[Show Details]