Dutch Word: voor
English Meaning: 1. for 2. before 3. to 4. in front of
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Volgens de NOS was de vergaderzaal helemaal vol voor de toespraak van Jan-Peter Balkenende.
According to the NOS the conference hall was completely full for Mr. Balkenende's speech.
[Show Details]
Dit is behoorlijk ongewoon voor mij.
This is pretty unusual for me.
[Show Details]
Ik ben er voor je.
I'll be there for you.
[Show Details]
Ik ben allergisch voor melkproducten.
I'm allergic to dairy products.
[Show Details]
Ik zou graag een ticket willen kopen voor de eerstvolgende vlucht naar M√ľnchen.
I would like to buy a ticket for the next flight to Munich.
[Show Details]
Wat doe je voor werk?
What is your occupation?
[Show Details]
Wat kan ik voor je doen?
What can I do for you?
[Show Details]