Dutch Word: dertig
English Meaning: thirty
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: 30

Example Sentences:

De politie bevestigde vandaag dat 30 mensen waren omgekomen bij een aanslag met een autobom.
Today the police confirmed that 30 people were killed in a car bomb attack.
[Show Details]
Hij wordt vandaag dertig.
He is turning thirty today.
[Show Details]
Oh jee, op 3 juni word ik 30.
Oh dear, on the 3rd of June this year I turn 30.
[Show Details]
Het vliegtuig vertrekt over 30 minuten naar New York.
The plane leaves for New York in 30 minutes.
[Show Details]
Hij was meer dan dertig jaar op de vlucht.
He was on the run for more than 30 years.
[Show Details]
Kan je 30 seconden lang je adem inhouden?
Can you hold your breath for 30 seconds?
[Show Details]
Hij kreeg de diagnose Parkinson toen hij 30 was.
He was diagnosed with Parkinson's at the age of 30.
[Show Details]