Dutch Word: vandaag
English Meaning: today
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

De politie bevestigde vandaag dat 30 mensen waren omgekomen bij een aanslag met een autobom.
Today the police confirmed that 30 people were killed in a car bomb attack.
[Show Details]
Hij wordt vandaag dertig.
He is turning thirty today.
[Show Details]
Vandaag is mijn verjaardag.
Today is my birthday.
[Show Details]
Het is vandaag te koud om te gaan zwemmen.
Today it is too cold to go swimming.
[Show Details]
Wat is er vandaag in de uitverkoop?
What is on sale today?
[Show Details]
Mijn dochter kwam vandaag huilend thuis van school. "Wat is er gebeurd?" vroeg ik haar.
My daughter came home from school crying today. "What happened?" I asked her.
[Show Details]
Ik zag vandaag op safari een grote kudde zebra's.
Today on the safari I saw a big herd of zebras.
[Show Details]