Dutch Word: de politie
English Meaning: police
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

De politie bevestigde vandaag dat 30 mensen waren omgekomen bij een aanslag met een autobom.
Today the police confirmed that 30 people were killed in a car bomb attack.
[Show Details]
Hij heeft tegen de politie gelogen.
He lied to the police.
[Show Details]
De politie heeft een lijk in de rivier gevonden.
The police have found a dead body in the river.
[Show Details]
De politie zette het gebied af.
The police cordoned off the area.
[Show Details]
Getuigen van dit ongeluk wordt gevraagd contact op te nemen met de politie.
Anyone who witnessed the incident is asked to contact the police.
[Show Details]
Als je niet weggaat, dan bel ik de politie!
If you don't leave I'll call the police!
[Show Details]
Ik belde de politie.
I called the police.
[Show Details]