Dutch Word: gisteren
English Meaning: yesterday
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Gisteren heeft hij zijn paspoort verlengd.
He renewed his passport yesterday.
[Show Details]
Zij overleed gisteren, 20 uur nadat zij opgenomen was in het ziekenhuis, na een auto ongeluk.
She passed away yesterday, 20 hours after she was admitted into hospital following a car crash.
[Show Details]
Behalve gisteren, was het alleen maar mooi weer.
Except yesterday the weather was always good.
[Show Details]
Gisteren was ik in de computerzaak om een nieuwe scanner te kopen.
Yesterday I went to the computer shop to buy a new scanner.
[Show Details]
Het geheime document is gisteren uitgelekt naar de pers.
The secret document was leaked to the press yesterday.
[Show Details]
Ik kwam er gisteren pas achter.
I only found out yesterday.
[Show Details]
Ik had gisteren een nachtmerrie over een boosaardige clown.
Yesterday I had a nightmare about an evil clown.
[Show Details]