Dutch Word: de film
Plural: films
English Meaning: movie
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Ze huilt iedere keer als ze over deze film praat.
She cries every time she talks about this movie.
[Show Details]
Ik haat het als de film wordt onderbroken door reclames.
I hate it when the movie is interrupted by adverts.
[Show Details]
Ik heb een film gezien over vreemde wezens uit de ruimte.
I've seen a film about strange creatures from outer space.
[Show Details]
Het einde van de film was nogal voor de hand liggend.
The ending of the film was pretty obvious.
[Show Details]
Deze film was verschrikkelijk. Ik verveelde me de hele tijd.
This film was awful. I was bored the whole time.
[Show Details]
Welke soort film zou jij willen zien?
What kind of movie would you like to watch?
[Show Details]
Wanneer begint de film?
When does the movie start?
[Show Details]