Dutch Word: de keer
Plural: keren
English Meaning: time
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Ze huilt iedere keer als ze over deze film praat.
She cries every time she talks about this movie.
[Show Details]
Ik ben dikker geworden sinds de laatste keer dat jij mij zag.
I have put on weight since the last time you saw me.
[Show Details]
Kan je het nog een keer zeggen.
Please say it again.
[Show Details]
U moet dit medicijn drie keer per dag innemen.
You have to take this medicine three times a day.
[Show Details]
Ik heb het hem drie keer gevraagd, maar hij gaf geen antwoord.
I have asked him three times, but he didn't answer.
[Show Details]
De werkprestatie van elk personeelslid wordt drie keer per jaar beoordeeld.
Three times a year the work performance of every employee is reviewed.
[Show Details]
In dit gebied zijn meerdere keren beren gezien.
There were several sightings of a bear around here.
[Show Details]