Dutch Word: twee
English Meaning: two, 2
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: 2

Example Sentences:

Eén plus twee is drie.
One plus two equals three.
[Show Details]
Ze drinkt minstens 2 koppen koffie per dag.
She drinks at least 2 cups of coffee per day.
[Show Details]
Onze trein vertrekt van spoor twee.
Our train departs from track two.
[Show Details]
Door een interne reorganisatie zijn deze twee afdelingen samengevoegd.
Due to an internal reorganisation, these two departments have been merged.
[Show Details]
Ik heb een afspraak bij de tandarts om twee uur.
I've got an appointment at 2 o'clock at the dentist.
[Show Details]
Twee kaartjes, alstublieft. Eén volwassene en één kind.
Two tickets please. One adult and one child.
[Show Details]
Twee uur na het ongeluk kwam hij weer bij bewustzijn.
He regained consciousness 2 hours after the accident.
[Show Details]