Dutch Word: vijf
English Meaning: five, 5
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: 5

Example Sentences:

Ik leer al 5 jaar Nederlands.
I have been learning Dutch for 5 years.
[Show Details]
Deze pizza kost 5 euro.
This pizza costs 5 Euro.
[Show Details]
Ze kreeg astma toen ze vijf jaar oud was.
She developed asthma when she was five.
[Show Details]
Vijf huizen verderop is een bakkerij.
Five houses down, there is a bakery.
[Show Details]
Mijn inkomen is in de afgelopen 5 jaar verdubbeld.
My income has doubled in the last 5 years.
[Show Details]
Hij is 5 minuten geleden van huis gegaan.
He left the house 5 minutes ago.
[Show Details]
Ik heb vannacht maar vijf uur geslapen.
I only slept for 5 hours last night.
[Show Details]