Dutch Word: het boek
Plural: boeken
English Meaning: book
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Ik lees een boek.
I'm reading a book.
[Show Details]
Dit boek is erg interessant.
This book is very interesting.
[Show Details]
Ik heb alleen een klein deel van dit boek gelezen.
I've only read a small part of this book.
[Show Details]
De inhoud van dit boek staat op bladzijde een.
The content of this book is on page one.
[Show Details]
Dit boek heeft honderden pagina's.
This book has hundreds of pages.
[Show Details]
In deze winkel kun je goedkope boeken krijgen.
You can get cheap books in this shop.
[Show Details]
In vergelijking met de vorige boeken van de auteur is het nieuwe veel beter.
In comparison to the author's previous books, the new one is much better.
[Show Details]