Dutch Word: werken
English Meaning: to work
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: gewerkt, werk, werkt, werkte, werkten

Example Sentences:

De computer werkt niet meer.
The computer is not working anymore.
[Show Details]
Ik werk in een bank.
I work in a bank.
[Show Details]
Ik heb een video geüpload die uitlegt hoe het werkt.
I have uploaded a video which explains how it works.
[Show Details]
Wat doe je voor werk?
What is your occupation?
[Show Details]
Meestal luister ik naar muziek tijdens mijn werk.
Most of the time I listen to music while working.
[Show Details]
Ik ben niet vies van werken.
I'm not afraid of work.
[Show Details]
Hij werkt te veel.
He works too much.
[Show Details]