Dutch Word: naar
English Meaning: to
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Wil je met me naar de bioscoop?
Do you want to go to the cinema with me?
[Show Details]
Ik ga naar school.
I'm going to school.
[Show Details]
Ik ga regelmatig naar de sportschool.
I go to the gym regularly.
[Show Details]
Ik kom zo vroeg als ik kan naar huis.
I'll come home as early as I can.
[Show Details]
Ik zou graag een ticket willen kopen voor de eerstvolgende vlucht naar München.
I would like to buy a ticket for the next flight to Munich.
[Show Details]
Zij geeft toe dat de roem haar naar het hoofd is gestegen.
She admits fame has gone to her head.
[Show Details]
Ik wil naar huis.
I want to go home.
[Show Details]