Dutch Word: met
English Meaning: with
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Wil je met me naar de bioscoop?
Do you want to go to the cinema with me?
[Show Details]
De politie bevestigde vandaag dat 30 mensen waren omgekomen bij een aanslag met een autobom.
Today the police confirmed that 30 people were killed in a car bomb attack.
[Show Details]
Zij bedroog hem met Peter.
She cheated on him with Peter.
[Show Details]
Hou alsjeblieft op met zeuren.
Please stop whining.
[Show Details]
Vanaf morgen stop ik met roken.
From tomorrow I'll stop smoking.
[Show Details]
Laat me alsjeblieft met rust.
Please leave me alone.
[Show Details]
Ik zal met hem praten.
I will speak to him.
[Show Details]