Dutch Word: willen
English Meaning: to want
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: wil, wilde, wilt, wou

Example Sentences:

Wil je met me naar de bioscoop?
Do you want to go to the cinema with me?
[Show Details]
Ik zou graag een ticket willen kopen voor de eerstvolgende vlucht naar München.
I would like to buy a ticket for the next flight to Munich.
[Show Details]
Zou je me een plezier willen doen?
Could you do me a favour?
[Show Details]
Hij doet wat hij wil ongeacht wat zijn ouders zeggen.
He does what he wants regardless of what his parents say.
[Show Details]
Ik wil naar huis.
I want to go home.
[Show Details]
Ooit zou hij in Japan willen wonen.
One day he would like to live in Japan.
[Show Details]
Wil je een galerie bezoeken?
Do you want to visit a gallery?
[Show Details]