Dutch Word: jij
English Meaning: you
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Hoe oud ben jij?
How old are you?
[Show Details]
Jij leert erg snel.
You learn very fast.
[Show Details]
Ik ben dikker geworden sinds de laatste keer dat jij mij zag.
I have put on weight since the last time you saw me.
[Show Details]
Het interesseert me niet wat jij zegt, jij liegt toch.
I do not care what you say, you are just lying.
[Show Details]
Ik heb een ander standpunt dan jij.
My point of view is different from yours.
[Show Details]
Jij verdient een tweede kans.
You deserve a second chance.
[Show Details]
Jij bent zo'n kletskous!
You are such a chatterbox!
[Show Details]