Dutch Word: spelen
English Meaning: to play (e.g. game, musical instrument)
Listen to Word:

Play Sound

Word Forms: gespeeld, gespeelde, speel, speelde, speelden, speelt

Example Sentences:

Heb je zin om verstoppertje te spelen?
Would you like to play hide-and-seek?
[Show Details]
Ik speel tennis om stress te verminderen.
I play tennis to relieve stress.
[Show Details]
Mijn kinderen spelen graag in het zand.
My children love to play in the sand.
[Show Details]
Ik heb de hele dag tafeltennis gespeeld.
I've been playing table tennis all day long.
[Show Details]
Laten we een spelletje spelen!
Let's play a game!
[Show Details]
Wil je nog een spelletje backgammon spelen?
Would you like to play another game of backgammon?
[Show Details]
Toen ik net zo oud was als jij speelde ik dit spelletje graag!
I used to love playing this game when I was your age!
[Show Details]