Dutch Word: jou
English Meaning: you
Listen to Word:

Play Sound

Example Sentences:

Ik hou van jou.
I love you.
[Show Details]
Ik ben teleurgesteld in jou.
I'm disappointed in you.
[Show Details]
Ik zou het niet doen als ik jou was.
If I were you, I wouldn't do that.
[Show Details]
Roken is heel schadelijk voor jou en de mensen om je heen.
Smoking seriously harms you and others around you.
[Show Details]
Hij zal jou beschermen.
He will protect you.
[Show Details]
Ik heb medelijden met de sukkel die op jou verliefd wordt.
I pity the fool that falls in love with you.
[Show Details]